Johan Van Nijen Uitgeverij De Graal
Vennenwandeling

In de omgeving
van Turnhout

Vennenwandeling

Topografische kaart nr. 8/7-8 en 8/3-4 van het NGI
Wandelbrochure: wandelen in en rond Turnhout - Vennenwandeling

(een persoonlijke impressie van een wandeling met veel herinneringen en enkele bedenkingen)


De vennenwandeling begint voorbij de parking van het Klaverhof.




We kijken dan over de kom en zien aan de overkant de Nieuwe Kaai.



Op het water is altijd wel iets te zien: een schip dat net brug 2 gepasseerd is of ze nog moet passeren. Bewonder de vaarmanskunst van de schipper die zijn lange vaartuig met aan elke kant amper één decimeter ruimte door die nauwe engte krijgt zonder botsen.



Ook veel vogels laten zich opmerken: zwanen, eenden, waterkiekens, meeuwen, kortom, alles wat vliegt en zwemt.



Links staat en aan de overkant van de vaart hangt een groot reclamebord dat ons aanspoort om een apparte-ment, een loft of een kantoor te kopen. De prijzen zullen wel hoger liggen dan de gewone man kan betalen, denk ik zo.





Wie de vennenwandeling zo mooi vindt (en dat is ze), dat hij/zij er nog vele keren van wil genieten (en dat moet je vooral doen), kan in overweging nemen om hier een vaste stek als vertrekpunt te kopen (als de portemonnee het toelaat). Keuze genoeg. Wonen aan het water is in elk geval zeker. Of het nog lang groen blijft is veel minder zeker.
Kom, we vertrekken.
Een veertigtal meter voorbij de Waterloopstraat zwaait de ruimte voor u open. Allez, op een kier toch. Prangende vraag is echter: voor hoe lang nog?


Een kier in de ruimte

Een landmeter meet de ruimte op. Voor wie? vraag ik hem. Voor een privé-persoon. Haha, voor een privé-persoon! En wat zou die privé-persoon met de resultaten van die opmetingen wel willen doen? Misschien een kaart tekenen van een kier in de ruimte? Dat zou mooi zijn, heel mooi. Te mooi om waar te zijn. Ik ben bang, heel bang, dat die privé-persoon geen mooie kaart wil maken, maar totaal andere bedoelingen heeft. Verkavelen en bouwen!!! Voilà! Dat is het! Verkavelen en bouwen.
Maar dan maakt hij toch ook een soort kaart: een verka- velingskaart.
Soms heb ik de indruk dat Turnhout een echte centrum-stad (50.000 inwoners) wil worden door elke lap grond die nog niet verkaveld en volgebouwd is, te verkavelen en vol te bouwen. We zijn op de goede weg. En ook nog op de vennenweg.
Wandelen werkt ontspannend: op het ritme van uw voeten wordt alle stress afgeschud. Behalve als je landlopers ziet lopen, pardon, landmeters die over het land lopen en dan ook nog meten.
Vanaf nu is het gedaan met dat gezeur over landmeters en verkavelen.
Wordt u soms ook door weemoed overvallen?
Mij overkomt het vaak, de geringste aanleiding is genoeg, zoals de zon die achter de bomen schijnt.

Weemoed in de morgen (gedichtje)

Weemoed slaat toe in de morgen
vermomd als een zwanger licht
achter dromen verborgen
schijnt een stralend vergezicht



We laten de weemoed achter ons en stappen nu stralend, opgeruimd en monter verder. Misschien voelt u nu ook de aandrang om een lied aan te heffen, een lied uit lang vervlogen tijden en bijna vergeten herinneringen.

Hoog op de gele wagen
rijd ik door berg en dal...
Lustig de kleppers draven
Wijd klinkt het hoorngeschal...

We passeren Boones Blijk (in mijn jeugd werd op den blijk de was in de zon gelegd). Ergens heb ik daar nog een oude foto van liggen. Ha, hier is ie (hij lag op zolder).

Boones blijk 15.02.1976

In de omgeving van Boones Blijk hebben hier enkele dagen drie ooievaars gekampeerd.


Herken je drie ooievaars?

drie ooievaars
kwamen van ver gevlogen
zij zagen iets raars
en zijn toen neergetogen

zij stonden toen heel paf
dat zijn hier allemaal zaken
die nimmer afgeraken
dat is toch heel straf

We gaan verder en stappen bijna volledig rond het venneke, op de laatste zijde van het vierkant na. Het venneke roept altijd herinneringen op aan mijn vroegste jeugd, toen ik zes à zeven jaar was. Het venneke was toen een vakantieschool voor jonge kinderen. Werd je wat ouder, dan vloog je naar de vakantieschool in het Raadsherenpark.
Ik herinner me van die tijd niets meer, behalve dat ik zeer gelukkig was.
Het venneke en heel de omgeving, de bossen hier overal, voeren me ook altijd terug naar de tijd dat ik lid was van de groen chiro.
Het chirolokaal was toen nog in de Korte Begijnenstraat en is moeten wijken voor de expansie van het ACW, dat daar intussen bijna heel de wijk ingepalmd heeft.
Als we bosspelen of zo gingen doen, verlieten we het lokaal en stapten Patersstraat, Kon. Elisabethlei, Brug 1.
Dan ging het verder langs de Kastelein en de Heizijde en via de achterkant van Boones Blijk richting venneke en de bossen. Dat deden we ook wel 's avonds, als het pikkedonker was. Voor een nachtspel. Dan klopte mijn hart in mijn keel van angst. Ben ik daarom nog steeds bang in het donker?
Over de brug sloegen we ook wel vaak rechtsaf en gingen langs de vaart verder en langs onbekende boswegen richting Ravelskamp, waar de chiro een domein en een lokaal had.
We slaan hier rechtsaf. We zijn op de Elzenstraat.
Rechts van ons rijdt het verkeer over de weg Klein Engeland. Je ziet de auto's en vrachtwagens voorbij snellen. Maar wij gaan in een gemoedelijk tempo verder.



Wandelen kun je in alle weersomstandigheden, ook in de mist, al zou dat niet heel gezond zijn. Maar het geeft een speciaal gevoel. Je wandelt in een bijna onzichtbare wereld en je weet niet wat je gaat zien of beleven.


Waar gaan we hier uitkomen?

Maar dat valt wel mee. We komen op de Dombergstraat uit. Soms is de hemel helderblauw, soms eentonig grijs, soms bewolkt, maar de hemel is altijd anders. Al doe je de vennenwandeling duizend keer, de hemel zal duizend keer anders zijn. En dat maakt wandelen ook zo aange-naam: het is altijd anders en dus nooit vervelend. Je moet het wel zien.



Vandaag doen we de korte versie van de vennenwande-ling en we slaan nu linksaf. De volgende keer slaan we rechtsaf en doen we het vervolg. Voor wie ook de korte versie (8,5 km) te lang zou zijn, die kan ook al voorbij het venneke linksaf slaan. Het komt er niet op aan een bepaalde afstand af te leggen, maar in beweging te zijn en van de natuur te genieten.


Dit is ook aan de Dombergstraat.

Ik heb een keer een ree de Dombergstraat zien oversteken. Ze kwam uit het bos rechts. In een paar sprongen was ze de weg over en in de wei aan de overkant. Achter de berkenbomen die de wei aan die kant afsluiten, zag ik haar verder rennen en dan verdween ze uit het gezicht. Ik was blij dat ik nog geen schoten gehoord had. De jagers waren klaarblijkelijk niet op pad. De ree kon (voorlopig) gerust zijn.
Je ziet ook veel vogels: winterkoninkjes, roodborstjes, reigers. Ik ken er niet veel van. Soms wil ik wel proberen een mooie foto te nemen, maar tegen dat ik mijn fototoe-stel vast heb is de vogel al gevlogen, of hij staat er zo klein op dat het niets voorstelt.
Wat ik erg vind is dat hier heel de winter koeien in de wei staan. Lijden die dieren geen kou? Geen enkele beschutting hebben ze. Het zijn toch geen Gallowayrunderen.


Koeien in de kou.

We slaan weer linksaf en zijn nu op de Langvenstraat. Na een eindje slaan we rechtsaf, maar je kunt evengoed rechtdoor gaan.
Hier maakt de wandeling een driehoek.
Soms hoor je rare geluiden. Eens waande ik me bijna in Vietnam. Het typische geluid - zo bekend uit vele films over de oorlog in Vietnam - van een tweemotorige helikopter kwam naderbij. Ik keek op en daar was hij. Het vredige landschap kreeg opeens een oorlogstintje. Ik dacht aan de piloten van die toestellen die in onvoorstel-baar moeilijke omstandigheden hun opdracht probeerden uit te voeren. Het ploppend geluid verdween en de vrede daalde weer neder.


Een vreemde vogel in de lucht.

Niet allen in de lucht viel iets te beleven, ook op de grond. Daar lag een dood konijn. Het had zijn voorpootjes gevouwen om nog een laatste gebedje te plegen om in de dierenhemel te geraken. Hopelijk is het er goed aangekomen. Ik wist niet goed wat ik moest doen: ik vond het konijn daar zo zielig liggen dat ik het eigenlijk wilde begraven of meenemen. Maar ik had geen schopje om een gat te graven en geen plasticzak om het dier in mee te nemen. Wat gebeurt er dan? Niets! De volgende dag was het konijn verdwenen. Had een jager zijn slachtoffer toch nog gevonden? Had een of ander roofdier het konijn naar zijn hol gesleept? Ik weet het niet.



We komen weer op de Langvenstraat uit.
Hier moet ik weer denken aan de lang vervlogen dagen dat ik hier met de kameraden van de groen chiro in de bossen rondliep.
We speelden het bandenspel en renden achter eekhoorns. Als we er eentje opgemerkt hadden, volgden we het diertje tot het tegen een stam sprong en hoog in de takken verdween. We stonden in een kring rond de boom en tuurden naar boven om de eekhoorn weer te zien te krijgen.
"Kijk! Kijk! Daar zit ie!" riep iemand enthousiast.
In verrukking zagen we het diertje zitten, ongenaakbaar voor zijn belagers. Maar altijd riep dan ook wel iemand: "Pas op! Hij pist in uw ogen!"
Ontzet deinsden we achteruit. Een eekhoorn die in je ogen pist... We konden er ons niets bij voorstellen, maar de gevolgen moesten verschrikkelijk zijn: blind worden of iets nog veel erger.
Ja, dat waren tijden.


Hier speelden we het bandenspel.

Aan de linkerkant voorbij de bocht ligt het Peerdsven. Voor de bocht staat een bank. Waarom staat(n) er geen bank(en) aan het ven? Daar is het toch veel mooier om te zitten.


Het Peerdsven.

Nu slaan we rechtsaf en komen weer op de Elzenstraat. Hier staat het boswachtershuisje.


De Elzenstraat.

Nu lopen we weer langs het venneke en wat verder weer langs Boones Blijk.


Boones blijk.

We steken de Heizijde over en zijn weer op de Veldekens-weg. Er is nu anderhalf uur of meer tijd verstreken en we komen van de andere kant, zodat het uitzicht totaal anders is.


De Veldekensweg.

Op de Veldekensweg kom je altijd wel een wandelaar tegen en meestal heeft hij of zij dan nog een hond bij. En een praatje is dan gauw gemaakt. Mensen met honden zijn meestal vriendelijke mensen: wie de dieren liefheeft zal de mensen ook graag zien.


Deze hond was zonder baasje. Is het geen lief diertje?


De honden mochten op de foto, het baasje wilde liever niet. Zijn het geen mooie honden?

We kijken op de anco-torens. Vroeger werd daar gewerkt. Nu staat het bedrijf al jaren leeg. En de torens moeten verdwijnen, plaats maken voor de lofts en de apparte-menten. Dan heeft Turnhout weer een monument minder.


De anco-torens. Weldra tegen de vlakte.

We zijn nu terug aan het begin van onze kier in de ruimte. We trekken de deur achter ons dicht en sluiten de kier. De wandeling is voorbij.
Ik hoop dat u er met volle teugen van genoten hebt. De volgende keer starten we aan de Dombergstraat en doen het tweede deel van de wandeling. Tot dan.



Home © Uitgeverij De Graal 2006