Johan Van Nijen Uitgeverij De Graal
De laatste roker

Uit 'Bakboord is links'
1988

De laatste roker

De oude man keek om zich heen, bespeurde geen onraad, en dook een portiek in. Rustig nam hij uit zijn borstzakje de enige sigaret voor die avond en stak ze tussen zijn lippen. In de kom van zijn handen beschermde en verborg hij het vlammetje van zijn enige lucifer opdat het niet door een onverwachte windstoot zou doven, want dan was heel zijn avond bedorven, en opdat het niet zou worden gezien, want dan was heel zijn leven er geweest - al stelde dat niet veel meer voor.
Hij zoog de rook van de eerste trek door heel zijn lichaam en hij genoot ervan. Van gelukzaligheid sloot hij zijn ogen, die weer opensprongen toen een dreun op zijn schouders hem door zijn knieŽn deed knikken.
"Op heterdaad betrapt, ouwe. Eindelijk hebben we jou te pakken. Kom mee!"
De oude man had de sigaret op de grond gespuwd en uitgetrapt. "Wat op heterdaad betrapt?"
"Roken, ouwe. Opzij, dat we het bewijsmateriaal kunnen verzamelen."
De bropo's (= bijzondere rookpolitie) duwden de oude man opzij. Bij het licht van een zaklamp verzamelden ze de tabaksresten in een plastic zakje. De lucifer vonden ze ook.
De oude man ging gewillig mee naar het bropobureau.
Tegenstribbelen had geen enkele zin: hij was op heterdaad betrapt, en hij was negentig jaar. Hij had zijn leven gehad en hij had er tot op het laatste ogenblik van genoten.
"Je identiteitskaart, ouwe."
Hij liet zich niet afblaffen. "Een beetje eerbied. Ik ben negentig jaar."
"Jij moest allang dood zijn, ouwe. En stinkschouwen hebben geen recht op eerbied, alleen recht op de dood."
"Ik had vier kinderen en die zijn dood. Johan werd door een zatte kloot doodgereden, Filip werd...
"Bespaar ons je familiegeschiedenissen, ouwe Jef, wij hebben daar geen zaken mee."
De eerste bropo, die achter het bureau zat, wapperde met de identiteitskaart. "Eens kijken wat Grote Broer over jou te vertellen heeft." Hij tikte het nationaal nummer van de oude man in en een scherm tegen de muur begon diens levensloop te verhalen.
"Zozo, ouwe, tien jaar geleden werd je betrapt op sigarettenroken op de WC in een trein. Je bent er toen nog goedkoop van af gekomen."
"Ja," bekende de oude man. En hij was een beetje trots op zichzelf. Tien jaar lang had hij sindsdien de rookdetectoren verschalkt. Die toestellen werden voor het eerst zonder enige waarschuwing geÔnstalleerd in alle openbare gebouwen en treinen, en daardoor werden nog heel wat stiekeme rokers, onder wie de oude man, gesnapt. Nu bevonden rookdetectoren zich overal. Overal! Tien jaar. Een lange tijd. Maar nog veel langer was hij uit de klauwen van de bijzondere rookpolitie kunnen blijven. De bropo's, speciaal getrainde politiemannen voor het opsporen van rokers aan wie bijna niemand ontsnapte. Een hele prestatie dus. Maar nu was hij ook gepakt en hij wist dat het met hem gedaan was.
En zeggen dat het allemaal zo onschuldig was begonnen, met een waarschuwend zinnetje op de verpakking: "Roken kan uw gezondheid schaden."
Het eindigde, in naam van de volksgezondheid, met de doodstraf voor rokers. Heel schadelijk. Inderdaad!
Elke repressieve wetgeving wordt door zijn eigen wetmatigheid meedogenlozer.
De oude man had geen computer nodig. Hij wist het allemaal nog heel goed.
Er werd een tabakloze dag gehouden met ludieke initiatieven, maar agressieve antitabakspandoeken waren er ook. En er werden maatregelen gevraagd. En de maatregelen kwamen er.
Roken werd verboden in de openbare gebouwen.
De niet-rokers, die vroeger slechts over een kleine ruimte beschikten in een spoorwagon, kregen weldra een halve wagon, daarna drievierde, en tenslotte werden de rokers volledig uit het spoorverkeer verbannen.
Reclame voor tabak werd verboden.
Er waren altijd rokers en niet-rokers geweest. Nu werden het twee kampen. Onverdraagzaamheid werd baas, niemand merkte het want iedereen had het Grote Gelijk.
Sigaretten werden duur, duurder, verboden. En op dat ogenblik betaalde iedereen gezondheidsbelasting: de inkomsten van de taksen op de tabak wilde vadertje staat niet in rook zien opgaan.
Roken werd bestraft. Staatsbedienden-rokers werden van hun ambt ontheven.
Gevangenisstraf.
Doodstraf.
Roken is een misdaad tegen de volksgezondheid.
Wie alles wilde riskeren en toch roken had een probleem: aan tabak geraken. In het begin viel dat nogal mee: er waren verborgen voorraden, en toen die op geraakten waren er al geheime tabaksplantages en sluikhandelaars. Een welige zwarte markt.
De oude man glimlachte. Hij had zijn eigen clandestiene plantage. Strikt voor eigen gebruik. Hij wilde geen andere mensen in het verderf storten. Al had hij roken nooit verderfelijk gevonden. Autorijden werd toch ook niet verboden hoewel er jaarlijks duizenden slachtoffers vielen. Meestal onschuldige slachtoffers: kinderen en bejaarden.
"Je hebt geen enkele reden om te lachen, ouwe."
"Je hebt gelijk. Als ik aan mijn kinderen denk..."
"Hebben wij geen zaken mee. En nu serieus werk. Vertel eens, ouwe, waarom jij op straat sigaretten rookt."
"Dat weten jullie toch ook: in elke kamer thuis staat een rookdetector die dadelijk alarm slaat als ik een sigaret durf opsteken."
"Dat moest je ons niet vertellen, dat weten wij inderdaad ook. Je hebt mijn vraag verkeerd begrepen. Ik bedoel: Wat heb je aan roken? Wat is daar nu zo lekker aan dat je er je leven voor riskeert?"
"Ik heb eens gelezen dat er twee soorten rokers zijn: de verslaafde rokers en de gezelligheidsrokers. De verslaafde rookt omdat hij het niet laten kan. De gezelligheidsroker rookt omdat het bij de sfeer hoort. Ik ben een gezelligheidsroker. Vroeger ging ik regelmatig een hele dag of meerdere dagen wandelen en dan rookte ik geen enkele sigaret. Ook uit eerbied voor de natuur. Na de tocht, in een cafťā bij een glas bier, smaakte een sigaret mij hemels. Vraag me niet waarom?"
"Dat is een bezwarende omstandigheid: Je zou het roken kunnen laten en je doet het niet."
"Dat is een principekwestie. Ik heb altijd op mijn vrijheid gestaan en daar hoort wel of niet roken bij."
"Je hindert er andere mensen mee."
"Ik heb altijd getracht niemand te hinderen en daar ben ik meestal vrij goed in geslaagd. Met een beetje goede wil worden vele problemen opgelost."
"Maar je hebt de gezondheid geschaad van andere mensen."
"Misschien wel. Maar er zijn zoveel andere zaken die ook de gezondheid schaden en die toch niet worden verboden."
"Allee, ouwe, noem zo eens iets."
"Oorlog voeren."
"Haha, die is goed, haha. Terzake! Hoe kwam jij aan tabak?"
"Dat vertel ik niet."
"Wij moeten je dealers kennen, ouwe. Goedschiks of kwaadschiks, maar vertellen zul je' t."
"Ik heb geen dealers. Ik kweek zelf."
"Zeer interessant. Waar?"
"In mijn volkstuintje tussen de andere groenten. Tabaksplanten houden de beestjes weg. Ecologisch tuinieren, weet je wel."
"Weet ik veel. Beken je dat je vanavond gerookt hebt?
"Ik beken."
"Beken je dat je zelf tabak kweekte?"
"Ik beken."
"Heel goed, ouwe. Wil je dan dit formulier even ondertekenen? Niet vergeten 'gelezen en goedgekeurd' te schrijven boven je handtekening."
"Is het goed zo?"
"Prima, ouwe. Weet je wel wat je getekend hebt?"
"Natuurlijk. Mijn doodvonnis."
"En dat doet je niets?"
"Natuurlijk wel. Maar ik ben niet bang om te sterven. Ik ben met alles en iedereen in orde."
"Goed, goed. Heb je nog een laatste wens?"
"Ik wil een laatste sigaret roken.
"Je laatste wens is heilig. Toegestaan dus. Maar waar vinden wij sigaretten?"
"De kleerkast in mijn slaapkamer heeft een dubbele bodem: daar vind je er nog wel een paar."
"Je bent een ouwe schurk maar ik loop erom."
"Alsjeblieft, ouwe, je laatste sigaret."
"Nog een vuurtje ook graag, alsjeblieft."
"Natuurlijk. Ik dacht er niet direct aan, maar ik heb een doosje lucifers van je voorraad meegebracht. Hier is het. Help jezelf."
"Dank je. Muum, dat smaakt heerlijk. Willen jullie ook geen trekje?"
"Dat is verboden."
"Sorry, ik dacht er niet aan."
"Naar wat smaakt dat nu eigenlijk?"
"Kan ik niet uitleggen. Om dat te weten moet je het zelf eens proberen."
"Eťn trekje. Waarom niet? Wij moeten tenslotte weten waarom roken slecht en dus verboden is. Hoe moet je dat doen?"
"Je hebt het gezien. Tussen je lippen steken en zuigen. Hier, probeer maar.
"Uche, uche, uche, verdomd, daar stik je van."
"Je was te hevig, agent. Zo doe je dat. Rustig inhaleren, de rook door je ingewanden laten circuleren, dat is goed tegen de bacteriŽn, en dan rustig uitblazen. Je kunt ook cirkels maken. Zo"
"Dat is fantastisch. Hoe doe je dat?"
"Zo."
"Laat mij dat ook eens proberen."
"Alsjeblieft."
"Uche, uche, uche, dat is duivelskunst."
"Alle begin is moeilijk."
"Ik zou het nog wel eens willen proberen."
"Niemand houd je tegen."
"Het is verboden, ouwe. Ik heb ondervonden dat roken inderdaad zeer schadelijk is. Je straf is dus verdiend. Kom mee, ouwe, blaas in de gaskamer maar verder."
"Ik heb nog een paar sigaretten in mijn zak. Proberen we het nog eens?"
"Waarom niet?"
"Het gaat al beter. Die rook geeft je zo'n... zo'n.."
"Zalig gevoel."
"Dat is het. Net of je zweeft."
"Er lag in die kast nog een hele voorraad. Wat doen we daarmee?"
"Ik weet een plaatsje waar ze dat nooit vinden."
"En dan hebben we zijn tuintje nog."
"Een ecologisch tuintje, haha..."
"Haha, haha."



Home © Uitgeverij De Graal 2006