Johan Van Nijen Duck geduld




Soms zou ik Duck echt een pakje rammel, een rammeltje dus, willen geven, zo zwaar stelt hij soms mijn geduld op de proef, zeer zwaar, zeg maar. Maar ik ben een ongeduldig type, zeggen sommigen. Hij ruikt aan iets, God weet wat, en dat duurt, en dat blijft maar duren. Hij ruikt er niet alleen aan, hij begint er ook nog aan te lebberen. Ik vind het vies, maar hij vindt het heerlijk, hij lebbert met een genoegen als een fijnproever aan het lekkerste ijsje. Duck ruikt en lebbert aan gras, aan macadam, aan rotte blaren, aan zand, kortom, aan alles eigenlijk. Als ik aan de lijn trek, gaat hij letterlijk dwarsliggen. En ik kan hem toch niet op zijn buik voorttrekken. Pas wanneer hij zijn poot opheft en de heerlijk geurende plek heeft besproeid om zijn geurteken achter te laten (Duck was here), is hij weer bereid om mee te stappen. En tien meter verder is er weer een heerlijk geurende plek. En wat verder weer een... en weer een... Soms komt er nooit een einde aan. Het gaat trager, veel trager dan de processie van Echternach.
Als ik tegen een boom sta te plassen, komt hij opeens voor mij staan. Duck!!!
Wij zijn samen goed aan het lopen - hij een paar meter voor mij aan de lijn - en opeens stopt hij, van de ene op de andere moment - heeft hij weer iets zeer interessants geroken? - en ik moet alle remmen dichtgooien om hem niet omver te lopen of niet over hem te struikelen. En inderdaad! Hij heeft weer iets geroken. Een buitenkansje waarschijnlijk. Baasje wacht wel.
Als hij gras begint te eten, rustig, op zijn gemak. Waarom zouden we ons haasten, hé baasje. Ik denk: hij heeft genoeg. Nee, hij schuift een beetje op, dat ziet er ook lekker uit. Dat kan ik toch niet laten staan.
Hij trekt me soms onverwachts met een flinke ruk naar hier of daar. Waarom? Daar geurt wat in het struikgewas.
Duck: een bron van vreugde?
Als ik hem ontstemd en boos aankijk, kijkt hij me droevig en melancholiek aan. Deed ik iets verkeerds? vraagt hij met die grote aandoenlijke ogen van hem.
Ik klop hem op zijn schouder en zeg, nee, jongen, 't is al goed. Duck, ik kan hem niet missen.
***

Home © Uitgeverij De Graal 2006