Gust Van Brussel De Sage van
Reinaert De Vos
Uitgeverij De Graal
Willem die de Médoc maakte,
waarvan hij soms wat zat geraakte,
hij vond het heel raar
dat nog geen Antwerpenaar
de sage van de Reinaert heeft herschreven,
maar daar is 't toch niet bij gebleven

DE SAGE VAN REINAERT DE VOS

Een vos aan wie men hier
de naam van Reinaert gaf,
zat 't hoofd gebogen, schier
drie dagen bij een graf

te bidden zeer devoot
voor 't zielenheil van deze
die van een ziekte dood
in 't graf lag ongenezen.

Dit kwam ter ore van
de raadsheer van de koning
een zeer verdienstelijk man
inzake van de honing

die 't hof sinds vele jaren,
al wie van Vlaamse aard
onder de ambtenaren,
reeds smeerde aan de baard.

Hij vreesde een complot!
Misschien was 't maar een kieken
gestorven van het snot?
Maar dat zou men toch rieken!

De raadsheer nam 't besluit
die Reinaert t' ondervragen
waarom hij met beschuit
en water ganse dagen

te bidden zat devoot
bij iemand afgestorven
door een geheime dood,
daar onder grond bedolven?

Maar Reinaert zei alleen:
hier ligt nu vleugellam
een wezen slecht te been,
dat ooit van ergens kwam!

Misschien was 't van de maan?
die op een toren scheen
en waar een tikkenhaan
verbrandde tot op 't been

Of kwam het uit Broecksele
waar ergens in een straat
in plaats van daar te spelen
een knaap te pissen staat?

Het kan dus naar men zegde
een soort van koekoek zijn
die hier een windei legde
en stierf in barenspijn

De raadsheer die dat hoorde
ontleedde iedere letter
en sprak: wel die vermoorde,
dat is een kiekenfretter!

Een Brusseleer dat is 't
die vleugellam geslagen,
zijn broekske volgepist
ten grave werd gedragen.

In Mechelen kan dan weer
een kieken koekoek heten
en heeft een sukkeleer
het daar uit moeten zweten.

Ik hoorde van die vos
dat 't om een raadsel gaat
hij liet niks anders los
dan onverstaanbare praat!

Hij sloofde zich dus af
om alles uit te leggen
wat hij daar bij het graf
de vos had horen zeggen.
Ja Sire, gij zult nu
wel moeten kiezen tussen
wie dat er volgens u
daar ligt tussen de mussen!
Je pense, zei Bébère
't is zeker die pompier!
Maar 't blijft toch een mystère!
't Probleem is geen klein bier!

Fermez donc vite la porte,
voor mij is die kadee
de baas van Villevort
die daar begraven lee,

omdat hij met veel lef
om zijne sjerp te pakken
verkoos het FDF
op zijn lijst te plakken!

Gij kent het Vlaams Belang!
Die laten dat niet vallen.
Ze maken hem eerst bang
om hem dan neer te knallen

Probablement kan 't ook
die maneblusser wezen
die vuur ziet zonder rook,
'k heb 't in zijn boek gelezen.

Hij wilt van iedere mens
een burgemeester maken.
Hij heeft maar ene wens:
op mijne troon geraken!

Ik weet niet wie er daar
met ene dodenwagen
gebracht werd op een baar.
Ga wat meer uitleg vragen.

De Raadsheer ging terstond
weer Reinaert consulteren!
Wie ligt daar in de grond?
Ik moet het rapporteren!

Luistert nu eens naar mij,
zei Reinaert onbewogen,
wat ik daarstrakskes zei,
dat is wel wat gelogen.

Ik kan u zeggen dat
hier tussen galg en raven,
de allergrootste schat
van Vlaanderen ligt begraven.

En vlugger dan de wind
reed toen de Raadsheer terug,
zo rap en zo gezwind,
het was gelijk een zucht.

Hij bracht toen trouw en slim,
verslag uit bij de kroon,
hij hoopte op een prime
voor bij zijn hongerloon.

Dedju, riep toen Bebère,
wij zijn toch weer de duppen!
Waarom niet deze keer
direct beginnen schuppen?

Ziet toch eens aan wat wij
de Walen kunnen gunnen
als er gelijk gij zei
een schat ligt te verdunnen,

zonder dat iemand 't weet
in onze schone natie!
Da 's toch geen muggenscheet,
een schat, dat is een gratie!

Verwittigt van dat lood
de mannen van financie
want Wallonie heeft nood
aan een serieus' expansie
en pakt maar de camion
van het Paleis van Laken,
ik schrijf u wel een bon
om ginder te geraken.

Wij gaan ze toch dat geld
niet zomaar laten houwen
en zie da' ge 't goed telt,
ze zijn niet te betrouwen.

En legt maar wat opzij
als 't kan een paar miljoen,
voor Paola en voor mij,
want 'k moet commissies doen.

De Raadsheer reed toen vlug
naar 't graf met de camion,
zie 'k ben hier al terug
op vraag van Papillon!

Ik heb vijf mensen om
de schat rap op te graven
die werken zich wel krom
want 't zijn maar Vlaamse slaven!

Doe gerust, zei toen de vos,
ge kunt me wel geloven
ik ga terug naar 't bos,
haalt gij de schat maar boven.

Zo vonden ze de kist
waarin wat knoken bleven
en dat wat niemand wist
stond op de kist geschreven.

Hier ligt de grootste schat
die Vlaanderen ooit bezat
geluk voor wie hem vond:
het is zijn vadergrond!

Gust van Brussel

Home © Uitgeverij De Graal 2006