Wat werd je aangedaan ? - Gust Van Brussel

De overgordijnen werden gesloten
de meubels geboend
ik weet niet wat ik wilde
binnengaan of vluchten
mijn rug werd gebroken

mijn voeten gaan naar vroeger
de keukenkast stapt in mij
ik sta open tot later
waar ligt je schort
je vergat ze zo dikwijls
dat het altijd werd

je schort hield je altijd aan
bij de keukenkast
er zat geen uurwerk in je
je was tijd
waarom mis ik de hond
je bracht hem weg
ik moet een halsband dragen
(1)
Wat deed je in de zingende tunnel
ik hoor monniken
brommen
ik wil je wekken
gong waar is mijn hamer

ik trek aan je oogleden
je bent ingevroren
je handen voor je in drukletters
ijs ben je
het laken over je heen
best zo

ik kijk door je ogen
je loopt voorbij de seinlichten
onverschillig
ik loop door angstige schaduwen
je kijkt om
je mag niet
je knikte ja naar me

(2)
Het loopt steeds anders af
ik vergat updates
zoals je Schubert bleef zingen
hij vergat je onderweg

het blijft steeds simpel
het stof keert weer
wat kan ik morgen wegvegen
er is geen morgen
afgelopen

maak de grendel aanstonds los
ik word ziek van weekte
was je met een nieuwe spons
helemaal tot je tenen
wit vlees koud op de schotel
de rozen liggen op je bed
zij stijgen langs mijn oren


(3)
We wandelen serafijns
midden dode kippenogen
stukken onlevend vlees
de zieltogende groentenkrans
met onze eerbied voor immer

de eend komt waggelend recht
Venus geboren uit het moeras
slijkerige vermomming
luisteren naar een fanfare
het morgenlicht aan flarden
de allerlaatste adem

nu niet maar nu
we volgen de sterrenweg
midden de ondergaande ochtend
in maskers gehulde mensen
het wordt nachtkoud
jij loopt alleen nu
mijn wereld sterft 
(4)
De beklemming wijkt
de kalmte van de rouwkapel
gesloten monden
iedereen rond de fontein
stilgehouden

toch weer ademen genieten
voeten wassen in de fontein
sprenkelen
nu ruimte innemen
het schemert reeds vroeg
het laatste avondmaal

samen alleen zijn
weten wat alleen is
met gewonde handen
ze spreken een vreemde taal
ik hoor achtergronden
uw fijne gezichtje
ook je ogen worden verbrand  

(5)
Eens toch was het anders
luchtparadijzen
kindergoden aanbidden
waarom wij alleen
de vervloeking van de stam

wij lopen nergens meer
geen ruimte stelen
bevroren tijd
ik blijf je nu voelen
handen warmen in een schelp
de kamermuren zweven

toen er woorden waren
slingers klevende monden
één treffende steen
dan niets meer
wiegende melodieën
zoals vroeger
in de moederschoot sterven

(6)
Slagzinnen uitzoeken
de zerkencatalogus
de ingangsdeur van het crematorium
priesters charteren
liederen instuderen

ik kus je doodskist
het hout dringt in splinters
mijn tanden schuren bloot
iets scheurt
de poort van het daarna
je foto je foto je foto

achter de schim hollen
zij is het zij is het
telkens tegen jezelf botsen
vreemdsoortige gezangen
kom sterf met me
het adieu uitwenen
tot wie weet waar
't Is alles toch maar wind
En wilde jacht op spoken
Dat is nu wat ik vind
Van wie ooit heeft gebroken
Met wie hij heeft bemind
Ge loopt de wereld rond
Om ’t ideaal te vinden
Het maakt u niet gezond
En ge verliest uw vrienden
Met uwe grote mond
En thuis wacht op haar sokken
Als had zij alle tijd
Uw liefste zonder mokken
En met een hart zo wijd
Dat klopt lijk honderd klokken
(8)


Home © Uitgeverij De Graal 2008