MIJN DORP IS VAN FLUWEEL

Mijn dorp is van fluweel
hier is mijn vrouw gestorven
temidden rozen uit mijn tuin
mijn dorp werd mijn juweel


Als kind zocht ik
een steen
om bij me te bewaren
ik liep niet meer alleen

maar later in
het leven
zag ik de bomexplosies
en kinderen onder steen

bedolven in
hun graf
zij hielden in  hun handjes
mijn enige lieve steen.


De wolken jaagden jaren voort
ik werd een oude man
maar nergens zag ik
wat men ooit de steen
der wijsheid noemde

ik klampte iedere wandelaar aan
ik liep een lange weg
maar nergens vond ik
vrede om me heen
alleen wat gruis en steen

alleen zij die ik beminde
liep nederig aan mijn zij
en toen ze krachteloos stierf
nam zij voorgoed
mijn steen mee in haar graf

zo ben ik weer alleen
de wolken varen om me heen
terwijl de jaren in mijn hart
verkalken tot een kinderhand
met gruis en wind en steen 
Ik zie de torens van de kerken
en hoor het luiden van een laatste
toegelaten klok

de straten zijn verlaten
de mensen zijn weer weggevlucht
naar hun betaald verlof

ik sta hier in het hete stof
van juli woordeloos te wachten
op mijn dode vrouw 

rond mij is er geen rouw
de tijd verschuift naar appelaars
en ’t bloeien van september

misschien vind ik nog ooit
de woorden terug van hulpgeroep
misschien staat zij wel ergens

op een stoep op mij te wachten
een beetje radeloos en droef
Wat kan ik doen? Waar ben je lief?


Ik zoek en blijf je zoeken
tot alles in mij sterft
mijn aders, zenuwen, mijn hart
mijn hersens en mijn smart

want hoe ik om je schrei
zal leed het laatste begeven
het leeft zo diep in mij
dat ik het niet begrijp

en ondertussen zoeken zij
die ik mijn kinderen noem
van hun kant naar de woorden
die zeggen wat je was

dan sta je vastgebeiteld
in stenen van deze aarde
terwijl je ach zo vluchtig stierf
toen ik je in mijn armen sloot


Ik zoek en blijf je zoeken
tot alles in me sterft
ik zoek en blijf je zoeken
ik zoek…

Er is een witte tuin
waarin de geuren als vogels leven
alles is er even aanwezig
en even vlug verdwenen

bloemen groeien tot mijn wangen
zij grijpen mij met tere greep
ik weet hoe goed ze zijn voor mij
waar is mijn leven nu


Mijn leven is nu niets meer
dan wind over een zee van verdriet
ik ben mijn land verloren
ik liet het achter alsof ik het
vergeten wou

kan ik in het land der doden
nog vertellen over mijn “vroeger”
wie van hen die me verliet
zal naar me luisteren
zij zijn hier niet

er bestaat geen weg
maar is er dan geen woord
dat om mij alles openbreekt
spreek liefste, spreek dat ik je hoor
het zwijgen valt me te zwaar


Waar niets meer onecht is
zal ik je zoeken
daar moet je zijn
ik weet het zo zeker

ergens moet er zich een huis
met jouw stem bevinden
daar zal je me beschermen
daar zal je met me schreien


ik ben zo dicht bij je
ik voel je handje weer
zoals je naast me insliep
iedere nacht van ons leven

je vingeren waren zo fijn
als het zuiverste water
wanneer ik insliep
vergat ik je glimlach niet meer


Op mijn weg met je
door ons beider leven
vond ik een dorp
met mensen die nog leefden

hun blik was zacht
hun hart was open
hun luchten waren
als wijde armen

hier ga ik nooit meer weg
dat zei je zo gerust
hier blijf ik zei je
beloof me dat we samen sterven


Toch blijf ik leven
in dit dorp waar je rust
ik kan niet sterven
hoe zacht dit dorp me ook streelt

jij werd verast
verbrand je mooie ogen
nu ben ik met jouw steen alleen
in jouw dorp van fluweel

Gust van Brussel – juli 2007

Home © Uitgeverij De Graal 2007