Sus Antigoon
Een Antwerps volksverhaal
Van Gust Van Brussel
90 5045 019 9
Uitgeverij De Graal

Sus Antigoon - Een Antwerps Volksverhaal
Ik wil dit boek graag per post bestellen.
Klik hier om te bestellen
EERSTE HOOFDSTUK
De mist was ergens aan Austruweel gaan aandikken als botermelk. Zowel in hele Land van Waas waar de mensen gewoon zijn aan natte voeten en waar er hier en daar nog een oude boeremens met een warme baksteen in zijn bed kruipt om zijn tenen te warmen, zowel als in Sinjorenstad hadden ze de laatste dagen van september serieus prijs. De vlaggendraperie van het stadhuis was een triestige expositie van opneemvodden en ge moest pieren om Brabo te zien staan in zijn groene flikker. Het volk kwam zijn huis niet uit dan om zich met natte sjaals en hoge kragen in een tram naar het werk te wringen, want het leven ging verder in de havenstad. Ja, het leven loopt gelijk de Schelde waar het niet gaan kan. De Sus wist met zijn alteratie gene blijf sinds Elodie, zijn schoonzuster, die bij Rik Centiemen, die rijke oude marktkramer inwoonde, hem over haar grote plannen had gesproken. Moest ge haar geloven dan zou hij met een schuifaf met zijn gat in de boter terechtkomen. Rik Centiemen had sinds het zware accident van zijn vrouw, een serieuze klop gekregen. Wie er ooit gedacht had dat Rik Centiemen honderd jaar zou worden had het verkeerd voor. Die mens was ineens tien jaar ouder geworden, omdat hij het niet kon verwerken lijk een donderslag bij heldere hemel, een blinde en invalide vrouw bij hem terug thuis besteld te krijgen. Elodie zorgde voor die sukkelaar, maar zoals zij was, deed ze dat niet voor zijn schoon ogen. Zij kon die ouwe Rik makkelijk naar zijn hand zetten en hij van zijn kant, was gelukkig dat er iemand de boel in handen nam.
De laatste bladzijde
Dit is uwe wereld en daar kan ik heel goed bij, zei Sus. Maaer er is een andere wereld aan't komen waar ik niet zo goed bij kan. Er gaat iedere dag veel verloren Melanie. Veel van wat voor ons de moeite weerd was. Weette kind, we zullen er voor zorgen dat we samen naar die Eurosail kunnen gaan, want dan ligt 't Scheld vol met boten die van overal en van veel vroeger komen. Dan komen de zeilboten die nog om de Kaap hebben gevaren, en die met wielen die op de Amerikaanse rivieren veerden. Ge kunt niet geloven hoe diep dat in uw lijf zit die schoon dingen van vroeger terug te zien. Aan ieder schip zit een vertelselke vast en als die boten dan aan hun parade beginnen, dan voelt ge u een echte Antwerpenaar, want in iedere Sinjoor veert er een zeilboot naar ik weet nie waar.
Zo zaten ze daar een hele tijd. En even lang stond die lange staak, stik gelijk die onmenselijke schone kathedraal, naar 't Scheld te kijken. Toen ze opstonden om terug naar de overkant te gaan en die altijd maar voorstromende droom die de Schelde is, moesten achterlaten, keek die lange mens efkens naar hen om. Het was precies uit een andere wereld.
Hij knikte toen ze hun fiets opnamen om door te rijden en Sus zag dat hij naar de kinderschoentjes keek die aan zijn stuur bengelden. - Dat zal hij wel niet verstaan, dacht Sus, maar ik kan hem dat allemaal niet uitleggen.
-Kom Max! We zijn ermee weg.
Ze lieten de Schelde met haar zilveren maankrulletjes achter zich en helemaal alleen bleef die donkere mens daar staan. Waarom ? Wie zal het zeggen.

EINDE.

Home Uitgeverij De Graal 2008