Aan de lange weg
Het leven vanaf de 2de wereldoorlog ten zuiden van Eindhoven
Van Meurs A.M.
90 5045  0225
Uitgeverij De Graal

Aan de lange weg - Het leven vanaf de 2de wereldoorlog ten zuiden van Eindhoven
Ik wil dit boek graag per post bestellen.
Klik hier om te bestellen
EERSTE HOOFDSTUK
Geboorte en bevrijding
Anneke
Door een regen van bommen holt de tante met de pasgeboren baby naar de schuilkelder. Een zuil van zand en modder spuit op. Een dikke tak breekt af en zakt krakend door de andere takken op de grond. Scherven vliegen de kippenren aan de zijkant van het huis in, de kippen rennen krijsend het hok binnen, een blijft er liggen. Die gaat straks in de pot. Het is een wonder dat er geen bom valt op het blok van twee in de eerste bocht van De Lange Weg waar in de linker woning Anneke Weels net haar tweede kind ter wereld heeft gebracht. De tante is uit de achterdeur gekomen en spurt tussen kolenhok en plee links en lindeboom rechts tot aan de schapen-draad van de hof van de buren. Die hof ligt voor een groot deel achter het huis van Anneke, want die van haar begint naast haar woning en loopt dan net als die van de buren zo 'n vijftig meter naar achter. De tante rent langs de draad naar links, voorbij de jonge perzikboompjes die uit de pitten zijn gegroeid die vader Leo daar drie jaar geleden bij de geboorte van het eerste kind in de grond heeft gestopt. Dat kind, een meisje, is nu ernstig ziek. En anderhalf jaar na de geboorte van dat eerste heeft Anneke een miskraam gehad. Met de baby die nu onderweg is naar de schuilkelder, een jongen, moet het goed gaan! De kelder waar de tante zich met het kind in laat zakken heeft Leo zelf gegraven. Het zijn maar balken en stammen met een dikke laag aarde erop waar ze onder schuilen, dus tegen een voltreffer zal het niet helpen, maar tegen een bom in de buurt en rondvliegende scherven wel. Hij is aan het zicht onttrokken door de staakbonen die er nu, eind zomer, groen en weelderig, metershoog omheen staan. Veel mensen hebben een schuilkelder in de tuin. Dat is van-wege de nabijheid van het vliegveld dat sinds D-day, nu bijna vier maanden geleden, steeds maar weer door de Engelsen wordt gebombardeerd. Ruim vier jaar daarvoor waren het de Duitsers die het vliegveld bombardeerden.
De laatste bladzijde
En dan de doorbraak en meteen het einde. Een kunstenares vertelt op de landelijke televisie dat Heintje haar van al haar kwalen heeft genezen. De presentator zegt dat hij last heeft van zijn been en voor het oog van miljoenen bestrijkt Heintje het been. Duizenden reacties, honderden mensen op bezoek. Heintje moet uitbreiden, er moet gebouwd worden: een behandelruimte, een wachtkamer, een toilet, een keuken. Hij neemt een secretaresse. "De mannen," zei Heintje, "moeten, als ze jou met je korte rokje zien, denken dat ze weer willen leven, dat ze nog jaren hier willen blijven lopen, als ze maar blijven leven." De bouwmaterialen staan klaar op de binnenplaats. Dan krijgt Heintje, terwijl er niemand in de buurt is, een hartaanval en ligt daar voor de duivenhokken temidden van de stapels stenen, de kozijnen en de ruiten. Hij komt niet meer bij.
De Vrouwen van de Eerste Huizen, een aantal weken later
Er is een groene laag algen over de kozijnen en de ruiten gekomen. De stenen zijn zwart geworden van het vocht. De aannemer wilde ze niet terugnemen. Zaken zijn zaken. Hein zou niet anders gehandeld hebben. De secretaresse is nog goed terechtgekomen, ze is assistente geworden bij een echte dokter.
E I N D E