Het Bels Lijntje met de stoomtrein

Als een lopend vuurtje verspreidt zich het nieuws. Er is een trein in Turnhout! Waar? In het station zeker. Nee, hij staat voor de ijzeren brug. Een stormloop naar de ijzeren brug begint. De slimsten wandelen naar het station. Daar komen treinen gewoonlijk aan. Deze dus ook.
Aan beide kanten van de brug en op beide oevers staat de menigte samengeperst. De fluit van de stoomlocomotief gilt. Hij wil over.
'Hij is het! Hij is het! De trein van het Bels lijntje!' roept een treinadept. De menigte neemt de kreet over. 'De trein van het Bels lijntje! Hoera! Hip, hip, hoera!'
De trein die van de Brusselse potentaten, tot groot verdriet van de Turnhoutse treinfans, nooit over de grens mocht, die trein staat nu daar. De stoomfluit gilt en gilt.
Hij deelt in het enthousiasme van de menigte.

Maar hoog hangt de brug daar, zoals altijd. De menigte begint te roepen. Een troep snaken is langs de ladder op de brug geklauterd en zij dansen op de ijzeren platen tussen de rails. De stoomfluit gilt. Waar blijven de mannen om die brug naar beneden te draaien? Daar komen ze aangestapt, tussen de rails. Na enige aarzeling heeft de stationschef besloten: doorlaten. En de twee bruggendraaiers vertrokken. Maar zij hebben alle tijd. Die brug gaat niet lopen en die trein kan wel een minuutje wachten. Aanmoedigingskreten en awoertgeroep verwelkomen de twee mannen. Zij doen alsof er geen menigte is. De toeschouwers wijken uiteen om de mannen door te laten. Er dondert iemand het water in. Die zal nu wel afgekoeld zijn.
Een van de mannen klimt op de ladder. De snaken dalen aan de andere kant af.
De andere man opent het schuilhut je waarin een van de twee lieren staat. Hij neemt een stopbord voor het scheepvaartverkeer en bevestigt dat op zijn plaats.
De mensen lachen. Waarvoor is dat nu nog nodig? Er varen geen schepen meer.
De man trekt het zich niet aan. Hij doet zijn werk. Hij trekt wel aan een ketting zonder einde waardoor de veiligheidsbalk onder de brug wegschuift. Hij wacht tot zijn maat op de andere oever hetzelfde gedaan heeft.
Op beide oevers draaien nu de mannen in hun hutje aan de lieren. Langzaam, heel langzaam zakt de brug en gaan de enorme contragewichten de hoogte in. De menigte begint te jubelen. De trein gilt. Het lawaai houdt niet op voor de brug helemaal beneden is. De mannen verlaten hun hutje en vergrendelen de brug. De trein kan over. De stoomfluit gilt voor vrij baan. De trein zet zich in beweging. Daar rijdt hij op een drafje. De dolgeworden mensen lopen mee. Wie zal ze tegenhouden? Daar is het station al. De trein fluit driemaal. Als hij hijgend stilhoudt en de eerste notabele uitstapt, blazen de drie fanfares, die intussen zijn verzameld, blazen de drie fanfares, die intussen zijn verzameld, blazen de drie fanfares, die anders elkaar de loef afsteken, blazen de drie fanfares, opgesteld in drie verschillende kleuren, blazen de drie fanfares nu eensgezind en welluidend: hoempa hoempa terèrerè.
De Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders moeten zich dwingen om niet beginnen te dansen op het perron, zo worden zij aangestoken door de alomgekende Turnhoutse uitbundigheid die hen ten deel valt.
Daar staat de Burgemeester. Daar staan de schepenen. Daar staan de gemeenteraadsleden. Daar staan de Heren, en daar staan de Boeren van Turnhout. Dit is een historisch ogenblik, mensen! Vergeet het niet!
Pieter heeft zich ook een plaatsje veroverd op het perron. Hij moet op zijn tenen staan om iets te zien. Volk, mensen, wat een volk! Pieter rekt zijn nek.
Onze Burgemeester schudt de hand van... Zou dat de burgemeester van Tilburg zijn? Hij schudt nog meer handen. Nu schudden onze schepenen de handen van... de wethouders, waarschijnlijk. Nu
staan zij allemaal bijeen en plegen overleg. Nu maakt onze Burgemeester zich los. Hij maakt een gebaar alsof... ja... hij wil ons toespreken. Stilte, mensen, stilte. Onze Burgemeester gaat ons toespreken. .Hij verheft reeds zijn krachtige stem die ik, zelfs zonder micro, goed kan horen.
'Beste vrienden!' Een oorverdovend gejuich breekt los, ondersteund door drie eensgezinde grote trommen. Stil nu toch mensen, stilte. Onze Burgemeester wil ons iets kond doen. Het zal een belangrijke mededeling zijn. Wees maar zeker.
Hij verheft zijn handen, alsof hij de maat wil slaan, maar dat doet hij niet.
'Beste vrienden!... Beste vrienden!... Dit is een historisch ogenblik...' Nu is er warempel geen houden meer aan. Wat bezielt die mensen toch? Onze Burgemeester zegt belangrijke dingen! Dingen die zullen opgetekend worden voor het nageslacht. Wees maar zeker. Onze Burgemeester opent weer zijn mond.
'Dit is een historisch ogenblik voor onze stad... Een ogenblik dat geboekstaafd zal blijven in het roemruchte geschiedenisboek van onze stad... Vandaag werd eindelijk de lang gevraagde, de lang verhoopte, maar steeds afgewezen spoorwegverbin- ding tussen Turnhout en Tilburg tot stand gebracht. Met deze verbinding knopen wij aan met het verleden, toen Turnhout de spoorwegader was naar Nederland. Turnhout is het hart van de Benelux. Vanaf vandaag is Turnhout ook de draaischijf van de Benelux... Leve Turnhout!... Leve Tilburg!...'
Nu is men werkelijk door het dolle heen. Ik ga maar terug op mijn voeten staan. Ik houd het zo niet langer uit. Als ik een half voetje naar rechts kan, kan ik net tussen die twee hoofden door... Kijk, onze Burgemeester lacht. Hij is een gelukkige man op dit historische ogenblik. Hij trekt zich terug, nee, hij trekt iemand los uit het groepje van schepenen en wethouders.
Hij wil hem voorstellen. Hij verheft weer zijn handen, alsof hij een duik wil nemen, maar dàt doet hij niet.
"Beste vrienden!... Ik vraag uw aandacht voor de heer burgemeester van Tilburg, die nu het woord tot u zal richten.'
'Geachte Belgische vrienden. Ik ben zeer ontroerd door de ontvangst die mij, en met mij heel de Nederlandse delegatie, hier ten deel valt. Ik sluit mij aan bij de woorden van uw geëerde burgemeester en beaam dat deze dag een historische dag is.
Nu de stoomtrein het enige vervoermiddel is geworden - ik laat paard en kar en fiets buiten beschouwing - is de spoorlijn Turnhout- Tilburg het aangewezen middel, om niet te zeggen het enige middel, om het verkeer tussen beide steden, en hun hinterland, te verzekeren. Wij, en met ons onze Belgische vrienden, zullen al het mogelijke doen om zo snel mogelijk een geregelde verbinding tot stand te brengen. Nu reeds heten wij u van harte welkom in Tilburg.'
Is de rede gedaan? Het groepje schepenen en wethouders klapt enthousiast in de handen. Het toegestroomde volk klapt nu ook in de handen. Vanwege de beperkte ruimte die men heeft, klinkt het niet denderend hard. De drie verzamelde fanfares echter brengen eendrachtig weer de
gepaste sfeer.
Nu gaan de fanfares af, achter elkaar, in drie verschillende kleuren zodat het bijna de Belgische vlag lijkt. Eendracht is macht. Onze Burgemeester en die andere volgen eerst, dan de schepenen en wethouders, dan de gemeenteraadsleden, dan de Heren en dan de Boeren van Turnhout. Zij gaan over het perron het station buiten. Richting markt? Natuurlijk. Onze Burgemeester en die andere en onze schepenen en de wethouders zullen op het stadhuis het overleg verder plegen. Die muziek van onze drie verzamelde fanfares klinkt prettig. Je zou bijna gaan huppelen. Ik zal me ook bij de stoet aansluiten en een eind meelopen.
Pieter zoekt even het juiste ritme en dan marcheert hij mee.

^ naar boven ^